Bier in Nederland

Bier in Nederland

woensdag 20 december 2017

Opa huilt soms om Gouden Carolus


Kijk, hier heb ik bier leren kennen en drinken: café De Concurrent in Vlissingen. Dit in 1974 geopende bruine café aan het Groenewoud was voor mij en veel andere leerlingen van de laatste jaren havo en vwo de stamkroeg.
Waarom? Omdat daar iets te halen viel. In de levensfase waarin de wereld openging en je alles wilde ontdekken, was een pilsje al snel te gewoon. De Concurrent kwam daaraan tegemoet. Eigenaar Ad van de Woestijne had veel geheimzinniger bieren in huis.



We begonnen onze ontdekkingstocht met Leffe Brune of Grimbergen Dubbel van het vat - dropwaterachtige slobberbieren. Al snel hopten we daarom over naar echte Belgische nectars op fles. De Concurrent schonk die ook: Duvel, De Koninck, Westmalle. Maar voor mij werd het pas interessant toen ik er kennismaakte met Maredsous en Gouden Carolus.
Welke variant, vraagt u zich dan wellicht af, want er zijn wel drie of vier soorten Maredsous en van Gouden Carolus tegenwoordig nog meer. Maar destijds, zal opa jullie eens vertellen, destijds was er één soort Gouden Carolus. Gouden Carolus was zélf een bier. En wat voor één. Brouwerij Het Anker uit Mechelen maakte er furore mee, en ik had verdomd goed door waarom. Na mijn vertrek uit Vlissingen haalde ik van mijn bescheiden studentenbudgetje toch af en toe wat flesjes Maredsous, Rochefort en vooral Gouden Carolus in huis.

Gouden Carolus: de herinnering eraan is bijna magisch. Het kwam uit een 25 cl-flesje dat schoudershad, een goudpapieren capsule over de kroonkurk en gebrandschilderde etikettering. Ik schonk het uit in het sierlijke, fragiele en tinkelende bokaaltje dat bij dit bier hoorde: een zacht kruidig geurende en in alle opzichten onvergelijkelijke vloeistof. 
De kleur bijvoorbeeld, onder een laagje steevast crèmeachtig schuim, zat tussen amber en bruin in. Die kleur had ook een bijzondere uitstraling: het was of er iets van een gloed in Gouden Carolus zat. Dat deed bijna wijnachtig aan. Ook de smaak had twee polen, kruidig en zoetig. De milde en bescheiden zoetigheid herinnerde aan toffee en melasse, zonder dat het bier echt zoet werd. De kruidigheid was evenzeer licht en subtiel. Die was afkomstig van koriander en gedroogde sinaasappelschillen, ontfutselde Johnny Hendrik Tulfer in zijn Belgische biergids (1986) aan de toenmalige eigenaar Michel Van Breedam; en volgens insiders op hobbybrouwen.nl van twee andere onbekende kruiden. Soms brak hier ook nog een toefje zurigheid doorheen. Niets van dat alles overheerste echter. Gouden Carolus, dat wat gist op fles voor hergisting meekreeg, kon ook prima ouderen’. Een wonderbier was het.
Ook in de Belgische biercultuur leefde Gouden Carolus tussen twee werelden: het was geen dubbel en het was geen Vlaams bruin. (Overigens was het ook geen quadrupel. Dat begrip bestond toen nog niet, maar met zijn 7,5% alcohol zou het er ook nu niet voor hebben kunnen doorgaan.) Gouden Carolus stond destijds volkomen op zichzelf. 
Met dit verfijnde, sinds begin jaren zestig gebrouwen bier had Het Anker aanvankelijk ook succes. Het was een relatief kleine brouwerij, maar Gouden Carolus sloeg tot in de Verenigde Staten aan. Hij verveelde ook nooit. Dat er maar 25 cl in de flesjes zat, hinderde me niet. Gouden Carolus was klein maar bijzonder fijn. Het had zelfs iets authentieks: op een gegeven moment kwamen er steeds meer Belgische bieren in 33- of 30-clflessen op de Hollandse markt, zodat een flesje Gouden Carolus van 25 cl je het gevoel gaf iets heel en echt Vlaams in handen te hebben.

Waarom vertelt opa dit allemaal? En houdt opa zich eigenlijk niet bezig met de Nederlandse bierwereld? Welnu, vorige week maakte Bier Magazine de Bierpersoonlijkheid van het Jaar naar haar inzicht bekend. Het werd dit jaar de eigenaar en drijvende kracht achter brouwerij Het Anker, Charles Leclef. Hij heeft het bedrijf uitgebouwd met een proeflokaal, bezoekerscentrum, hotel en distilleerderij. Het Nederlandse blad wees hem aan, omdat hij daarmee een rigoureuze omslag in het familiebedrijf bewerkstelligde en dat heeft weten om te vormen tot een belevingscomplex. Dezelfde week kreeg ik het nieuwe Mitra Magazine onder ogen, het huisblad van een Nederlandse slijterijketen, en verdomd: ook daarin een fikse reportage over Het Anker.
Verdomd, inderdaad, maar verdiend? Nou, dan voelt opa zich toch geroepen deze landgenoten een ander geluid voor te houden. Vandaar.

Toevallig liet Bier Magazine in de rubriek Bierlezer een Nederlandse dame aan het woord die onder haar favoriete bieren Gouden Carolus opvoerde als lekkerste dubbel. En daar hebben we de kwestie bij de hoorns waar het me om gaat. Gouden Carolus een dubbel
Ooit, ergens rond 1990, misschien iets later, is er de klad in gekomen. Toen ik hem weer eens kocht, zat Gouden Carolus in een Hollandse fles - een van 33 cl. Bij de eerste slok namen verbazing en ontgoocheling bezit van me. In het glas zat een niet onderscheidend bier, iets van een dubbel, dat geen enkele vorm van subtiliteit meer had. De nadruk lag op het zoet van rozijnen en kandijsuiker, waar het altijd complexe ingehouden zoetjes met lichte toetsen van toffee en karamel waren geweest, gemengd met zachte kruidigheid.
Ik ben niet de enige geweest die dit ervoer. Boze tongen op hobbybrouwen.nl weten ook dat het recept van Gouden Carolus destijds ‘nogal wat aanpassingen’ heeft ondergaan. Ze beweren zelfs dat voor de nagisting gist werd gebruikt van brouwerij De Smet (die van Affligem). Hoe dan ook, ik heb sindsdien nooit meer Gouden Carolus gedronken. En verlang er soms pijnlijk onbedaarlijk naar.

Inmiddels is Gouden Carolus geen bier meer, maar een merk. Er bestaan zeven of acht soorten onder deze naam. De oorspronkelijke - althans, wat daarvoor doorgaat - wordt als Classic aangeduid. Samen met de andere vormt die het ‘gewoneassortiment van een ‘gewone Belgische brouwerij: een dubbel, een tripel, een amber en een quadrupel, de onder biernerds zeer populaire Cuvée van de Keizer. Natuurlijk wordt die laatste ook op drankvaten gelegd, want voor bier dat gewoon naar zichzelf smaakt komen we tegenwoordig bijna ons bed niet meer uit. En afgelopen week dook ook de Gouden Carolus Christmas weer op, godbetert.
Het jaar 1988 is voor deze ontwikkeling bepalend geweest. Bier Magazine doet nog eens uit de doeken hoe de brouwerij toen bijna failliet is gegaan. Daarna volgde een moderniseringsslag binnen het bedrijf, voegt Mitra Magazine daar nog aan toe. Ergens is toen het karakter van Gouden Carolus mee-gemoderniseerd. Het was erop of eronder voor Het Anker, en maatregelen zijn dan zeer begrijpelijk, zo niet noodzakelijk. De pijn om het verlies van dit icoon is er voor mij niet minder om geweest. 
Het is des te pijnlijker omdat dit nu word opgevoerd als een kwaliteitsslag. ‘Oude bieren werden in ere hersteld, beweert Bier Magazine over de herstart, en Charles Leclef zou bij Het Anker destijds zijn begonnen met het herstellen van de bieren. Dat getuigt van onwetendheid, van een schromelijk gebrek aan historisch besef. Volgens Mitra Magazine dan weer is de huidige Classic ‘niet zó smaakextreem dat je geen tweede zou willen nemen. Het is een (overigens bijzonder lelijk) eufemisme voor het ‘allemansbier’ dat Gouden Carolus Classic geworden is. Tegelijk begrijp ik hier iets niet. De bierwereld barst uit zijn voegen van extreme smaken. Het Anker zelf slingert zijn Cuvée van de Keizer op whiskyvaten. En Gouden Carolus mag dan niet meer ‘smaakextreem’ zijn, of zo?

Dat is het overigens wel, maar op een verkeerde manier. Wie de billen wil branden, moet op de blaren durven zitten, en dus heb ik voor het eerst een Gouden Carolus Classic opengetrokken. Uit het aroma drong zich (te) veel kandij op, en het leek of er basterdsuiker op mijn lippen bleef kleven. Ook de kruidigheid is weinig subtiel. Gouden Carolus Classic lijdt aan de Belgische ziekte, korianderitis, met wangenplak tot gevolg. Op het (tegenwoordig papieren) etiket staan overigens geen kruiden, maar op die van andere Gouden Carolus-bieren evenmin. Water, gerstemout, hop en gist zouden de ingrediënten zijn, die vreemd genoeg alleen in het Duits worden vermeld. (Dat je het koel moet bewaren staat er dan weer alleen in het Italiaans op, begrijpe wie kan.) Wie wat rondgooglet, vindt trouwens etiketten die ook suiker vermelden en mais. Hergisting in de fles heeft dit bier niet. Wel is het bizar koppig. Deze ene Classic, die 8,5% alcohol bevat, voelde ik merkwaardig genoeg zitten.
Nee, vroeger was echt niet alles beter. Gouden Carolus was dat absoluut.

Opvallend: in het interview met de Bierpersoonlijkheid van het Jaar in Bier Magazine komt (net als vorig jaar) diens bier zelf niet ter sprake. Ook dat ene bier niet.... Charles Leclefs verhaal is een en al beleving, onderneming en concept. Nu gun ik ieder het beste en dus gun ik ze daar in Mechelen alle succes. Maar de heer Leclef zegt ook iets heel vervelends: ‘Voor mij was niet het bier de essentie, maar de locatie.
Dat sneed me door de bierziel. En ik begon me te realiseren dat ik een ouwe bierlul geworden ben. Zoveel bier om me heen, maar dat ene niet meer, en net dat maakt weemoedig en chagrijnig.
En u vindt mij daarom nu een ongelooflijke zeur. Die dit toch zo geslaagde en geweldig fantastische brouwerij- en distilleerderijproject annex hotel annex belevingscentrum en al dat gedoe erover maar niks vindt. Die altijd weer iets te klagen moet hebben over toen, en anders wel over nu. Die meent dat we iets belangrijks verloren zijn. En die daar ook de goegemeente in wenst te laten delen.
Precies, zo is het, en niet anders.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten