Bier in Nederland

Bier in Nederland

woensdag 30 januari 2019

Den Haag, een vreemde vogel in de brouwwereld


Den Haag heeft tegenwoordig enkele van de interessantste Nederlandse brouwerijen. Kompaan in de Binckhorst, razendsnel gegroeid, werd uitgeroepen tot brouwer van het beste Nederlandse bier van 2017. Animal Army brouwt in de ‘Engelse’ pub The Fiddler originele cask ales (vatgerijpt, handgepompt en koolzuurarm). En Haagse Broeder is een echte kloosterbrouwerij waar twee lekenbrouwers samen met kloosterlingen van de Priorij van St. Jan biermagie verrichten. Er zijn nog meer Haagse brouwinitiatieven, vooral Brouwerij Scheveningen, Kwartje en Bogt.

In het naburige Delft is de toestand hierbij vergeleken mager. Daar brouwen alleen de minder in het oog lopende Koperen Kat en Bierfabriek. En dat terwijl vroeger de verhouding tussen deze twee steden juist precies omgekeerd was. Nou ja, steden: Den Haag wás aanvankelijk helemaal geen stad. En dat was in de ongemakkelijke relatie met Delft nu juist het hele eiereten. Ooievaars-eiereten.

Dorps- en stadsbier
In de 16e eeuw was Delft de belangrijkste bierstad van het graafschap Holland. Kleine buur Den Haag, destijds een dorp, nam vooral daar de vroeger zo belangrijke drank af.
Delft was een van de Hollandse steden die in 1531 ook nog eens het exclusieve recht op belangrijke nijverheidsactiviteiten bedongen. Dorpen mochten die volgens deze ‘Order op de Buitennering’ niet meer uitvoeren. Er waren twee uitzonderingen: Den Haag en Alkmaar. Misschien werd Den Haag wel aangewezen omdat daar toen het bestuurscentrum voor Holland zetelde (op het Binnenhof).
Eind 1573 stichtte Den Haag inderdaad een brouwerij. Prompt tekende Delft protest aan: volgens die stad stond bierbrouwen in de Order op de Buitennering apart van andere nijverheid vermeld. Ging Den Haag toch brouwen, dan zou Delft de Hollandse belastinginning boycotten. Een fanatieke Delftse legerkapitein dreigde zelfs de boel te komen vernietigen als Den Haag niet zou inbinden.
Maar begin 1574 stond de brouwerij ‘opt Spoye’ (het Spui) wel degelijk vermeld in een officiële publicatie. Het dorp Den Haag was ineens de vreemde eend in de bijt van de stedelijke Hollandse brouwwereld. Lang duurde dat niet. In de zomer van datzelfde jaar werd de kersverse brouwerij tijdens het krijgsgewoel van de Tachtigjarige Oorlog alsnog te gronde gericht.

Ooievaarsnest
Opgegraven fundamenten van brouwerij De Oyevaar,
pal voor het stadhuis en de bibliotheek
Eind 1607 liet een ondernemende Hagenaar op een perceel tussen de Turfmarkt en de Kalvermarkt toch weer een brouwerij bouwen, De Oyevaar. Delft balde wederom de vuisten en dreigde opnieuw een belastingmaatregel af te wijzen. De Staten van Holland gaven Delft vervolgens gelijk. Het Haagse belang was relatief klein vergeleken met zo'n landelijk financieel risico.
Den Haag dreef de zaak echter op de spits. Uiteindelijk kwam het in september 1612 tot een compromis: in Den Haag mocht gedurende dertig jaar één brouwerij functioneren.
Dat was natuurlijk maar een stipje op de bierkaart. De Oyevaar kon lang niet alle Haagse dorst lessen. Bovendien bleef het Delftse bier zeer gereputeerd. Den Haag verbeterde ook de faciliteiten voor de aanvoer ervan. Vanaf 1615 kon het Delftse bier worden gelost op de hiervoor aangelegde Bierkade aan de rand van Den Haag. Zo leek de vrede tussen de twee getekend.

Van dorp naar bierstad(je)
Brouwerij Het Anker, nabij de Witte Brug
Maar toen de dertigjarige overeenkomst afliep ontstond er toch opnieuw reuring. Den Haag wilde de overeenkomst verlengen, tegen de zin van Delft. Die stad had toen echter niet zoveel meer in te brengen. Delft was als brouwstad nog slechts een schim van het verleden en kreeg geen hulp meer van de Staten van Holland. Zodoende ging er in 1643 een tweede Haagse brouwerij van start, in 1686 zelfs gevolgd door een derde. Uiteindelijk heeft Den Haag sinds 1612 meer dan 360 jaar onafgebroken brouwerijen binnen haar grenzen gehad.
Begin 19e eeuw kwam er ook een brouwerij op de grens van Den Haag en Wassenaar, bij de Witte Brug. En in de al wat meer moderne tijd, in 1881, ging er een industrieel brouwbedrijf van start dat tot de vijf grootste van Nederland zou gaan behoren: de Zuidhollandsche Bierbrouwerij (ZHB).

Vers bier
Die grote Nederlandse brouwerijen, waaronder natuurlijk Heineken en Amstel, hebben sindsdien bijna alle kleine lokale brouwbedrijven van de markt gedrukt; ook de Haagse. Uiteindelijk ging de ZHB in 1974 eveneens dicht. Zo droogde het stroompje Haags bier dat na enkele haperingen in 1612 zo miraculeus op gang was gekomen toch op.
Maar 22 jaar later pikten de Fiddler and Firkin in de Schoolstraat en het Brouwcafé op Scheveningen de draad weer op, gevolgd door de aan het begin genoemde brouwerijen. Daarnaast is er een brouwerijhuurder die Eiber (ooievaar) heet. En heeft de gemeente door onder meer Animal Army en Brouwerij Scheveningen een Oyevaar-bier laten brouwen, als hommage aan het rumoerige brouwverleden van dit merkwaardige ‘grootste dorp van Nederland’.

Over dat verleden, en over de schaarse sporen ervan, is natuurlijk veel meer te vertellen. Dat doe ik op dinsdag 26 maart in een lunchlezing voor het Haags Gemeentearchief in de Centrale Bibliotheek, en op zaterdag 13 april 2019, de Dag van de Haagse Geschiedenis, tijdens een bierhistorische wandeling.

(Dit is een verkorte versie van een een blog dat eerder verscheen op de website van de Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur.)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten