Bier in Nederland

Bier in Nederland

vrijdag 29 april 2016

Eindhovens bier, met en zonder alcohol

Gisteravond heb ik even alleen gedronken op de veilige landing van mijn boek Bier in Nederland. Dat heb ik gedaan in Eindhoven; een glas lichtgekleurd en een glas donker bier (straks meer daarover).
Eindhoven is een stad die niet veel voorkomt in Bier in Nederland. Het is in vroeger tijden geen dominante brouwstad geweest, zoals Delft of Haarlem, en ook geen stad met een uitdrukkelijke eigen biersoort, zoals Breda (dé bierstad van Brabant) of Nijmegen. Het was op brouwgebied ‘een van de vele’ in Nederland. En in feite ook in Noord-Brabant, waar overal altijd veel brouwerijen zijn geweest. De Eindhovense staan beschreven in het boek De ouden brouweryen van Eyndhoven van David Hendrick (2012).
Toch heeft ook Eindhoven zijn biermoment gehad, biergeschiedenis geschreven wellicht. Youp van 't Hek moet nu even opletten.
In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw had Eindhoven een eigen belangenorganisatie voor brouwers. Deze Eindhovensche Brouwersbond had zich in 1922 afgescheiden van de Nederlandsche Brouwers Bond. Eigenwijs waren ze kennelijk wel in de grootste stad van onze zuidelijke provincies. En in oktober 1935 maakten de notulen van deze organisatie melding van iets bijzonders: alcoholvrij bier, ter vergadering aangerukt door brouwerij De Valk.

Het heeft er alle schijn van dat dit Eindhovense alcoholvrije bier het eerste van ons land is geweest. Diverse andere brouwerijen schermden er al eerder mee alcoholvrij bier te hebben gemaakt, maar geen ervan heeft dat kunnen waarmaken.
Het begrip alcoholvrij bier dateert al van eind 19e en begin 20e eeuw. Toen kon het af en toe worden geproefd tijdens tentoonstellingen en beurzen. Ook volkskoffiehuizen schonken het en een enkele handelaar adverteerde ermee. In alle gevallen is echter onbekend waar dit product vandaan kwam. Vermoedelijk uit het buitenland, want in Denemarken, Engeland en Rusland werd het toen al gemaakt.

Proberen maar
De eerste Nederlandse bierbrouwerij die dat ook ging proberen was De Kolk in St. Michielsgestel. Op 17 april 1905 adverteerde die: ‘Alcoholvrij Bier. / Afnemers gevraagd.’ Kennelijk wilde het bedrijf de belangstelling voor dit product polsen. Die was er waarschijnlijk te weinig. Juist in die tijd waren allerlei lager- en gerstebieren met weinig alcohol (ongeveer 3 procent) razend populair onder bierdrinkers. Niet-alcoholdrinkers kozen iets geheel anders. Aan alcoholvrij bier bestond geen behoefte. Er is in elk geval geen verder spoor van dit initiatief meer te vinden.
In 1922 nam de Noord-Brabantsch-Beiersch Bierbrouwerij ‘De Gekroonde Bel’ in Oosterhout zich voor met alcoholvrij bier te beginnen. Advertenties van het bedrijf uit de volgende jaren vermelden evenwel pilsener, münchener, gerstebier, bockbier en stout, maar geen alcoholvrij. In 1927 hield De Gekroonde Bel er zelfs helemaal mee op en werd deze overgenomen door De Gekroonde Valk uit Amsterdam.
Heineken heeft al in 1931 bijna een alcoholvrij bier op de markt gebracht, maar dat plan ging niet door. De door Heineken overgenomen St. Servatiusbrouwerij te Maastricht (voorheen De Zwarte Ruiter) had dat moeten gaan maken. Een eerste proefbrouwsel beviel echter niet, en toen het tweede wel werd goedgekeurd gaf men bij Heineken toch de voorkeur aan limonade. Alcoholvrij bier valt en viel namelijk onder de accijnsheffing. Hadden ze dat met Buckler nou ook maar gedaan!
Ten slotte bracht eerdergenoemde Gekroonde Valk, oftewel de brouwerij van de familie Van Vollenhoven, in 1932 het product Valko in de handel, ‘de beste drank na sport en bij snelverkeer’. Van Vollenhoven verkocht het in flessen met in de hals de aanduiding ‘bier’, maar zo mocht dit niet heten. Het werd bereid als bier, maar had een afwijkende verhouding tussen extract- en alcoholgehalte. Die verhouding moest groter dan 3 en kleiner dan 6 zijn. Van Vollenhoven werd op de vingers getikt (en beloofde beterschap). Overigens bevatte Valko ook wel degelijk 2 procent alcohol. Iets dergelijks gold een jaar later voor Old Grolsch van De Klok te Enschede: 1 1/2 procent. Met Valko werd het verder ook niks.
In maart 1918 stond brouwerij Phoenix uit Amersfoort met een 'nagenoeg alcoholvrij bier, Malto geheeten', op de Tweede Nederlandsche Jaarbeurs (afbeelding Stedelijk Museum). Maar dat was in volle Eerste Wereldoorlog, toen alle brouwerijen worstelden met groot moutgebrek. Malto was vermoedelijk uit nood geboren. En het was dus niet geheel alcoholvrij. De brouwerij probeerde het nog door het aan te duiden als een ‘limonade [die] een zeer groot gehalte licht verteerbare bestanddeelen en slechts een uiterst geringe hoeveelheid alcohol bevat, zoodat practisch beschouwd van een alcohol-vrijen drank gesproken kan worden’. Ja hoor, je zuster op een houtvlot, zouden we tegenwoordig zeggen.

En dus heeft Eindhoven in 1935 vermoedelijk de primeur voor Nederland gehad. De monsters van brouwerij De Valk werden door de aanwezigen bij een vergadering van de Eindhovensche Brouwersbond uiteraard geproefd. En de uitkomst? ‘Nadat de leden het alcoholvrije bier hadden bestudeerd en beproefd is geen der leden bang dat wij hiervan concurrentie zullen ondervinden, daar het met bier niets uitstaande heeft en een bierdrinker zooiets niet drinkt.’
Zo is het natuurlijk maar net. Alcoholvrij bier is geen bier, maar ex-bier, een vergiste drank waar vervolgens het product van die gisting uitgehaald wordt. Youp van 't Hek had groot gelijk toen hij Buckler de grond in boorde. Overigens past daar wel de constatering bij dat zijn succes zeer relatief is geweest. Gaat u maar eens kijken op de bierafdeling van uw lokale supermarkt.
Van het alcoholvrije Valk-bier is verder evenmin veel vernomen. Het waren lastige economische tijden toen. En Eindhoven kan eerlijk gezegd ook veel beter trots zijn op zijn brouwheden dan op dit brouwverleden.

Oud nieuw bier
Eerst was daar Van Moll, misschien wel de eerste moderne craftbeer-brewpub van Nederland. Ze kunnen er fantastisch goed brouwen en de met veel hout, glas, glimmend metaal en slimme niveauverschillen aangelegde ruimte is baanbrekend. Inmiddels zijn er ook de Eindhovense Stadsbrouwerij (van de al genoemde David Hendrick), alsmede de brouwinitiatieven van Lux en De Mouterij. En vooral: Oldskool. Met bieren uit de geest van deze huurbrouwerij heb ik gisteravond in gedachten getoast op Bernard Perk en Martinus Schoockius.
Oldskool is het project van Dennis Kort, die het anders doet dan alle anderen en die ook anders denkt. Terwijl de bierwereld vorige week bijna massaal over het Reinheitsgebot heen viel, liet Dennis zich nota bene op de 500ste verjaardag van die bierwet in de echt verbinden. Als eerbetoon aan alle brouwers die hun pure ambachtskunst tonen doordat ze juist met alleen water, mout, hop en gist weten te 'toveren'.
Dennis weet die zo intelligent te combineren dat zijn bieren nergens op lijken, ook niet op de traditionele bieren die aan het Reinheitsgebot voldoen. Zoals een weizen met extra veel of een bijzondere soort hop, of een märzen met rogge (het fantastische Festen). Bij Engelse en Belgische biertypen doet hij het precies zo: zijn vorstelijke brown ale is imperial, met maar liefst 8,5 procent alcohol, ouderwets en toch nieuw, en zijn IPA Hopplukker is een echte Engelse, sappig en licht, zonder citrusexplosie.
Gisteravond trok ik naar de Drinkers Pub, een nieuwe Eindhovense biertempel die exclusief bepaalde Oldskoolbieren tapt. Zoals Triple Sec, een tripel met Mandarina Bavaria-hop. En Archibaldt, een brown ale van een ander Eindhovens talent, PAPA Brews, in samenwerking met Oldskool (zie foto). Een romig, moutig bier met koffietonen waarin al snel hop doorkomt; en hoe.
Averechts, eigenwijs, en toch volkomen logisch. Misschien is dat wel typisch Eindhovens?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen