Bier in Nederland

Bier in Nederland

woensdag 4 mei 2016

Een kleine geschiedenis van de meibock in Nederland

Zeker, en mei is ook in de bierwereld altijd een belangrijk moment geweest. Soms betekende het inderdaad een nieuw begin, maar vaker eigenlijk een einde. Is de maand mei aangebroken, dan beginnen de temperaturen doorgaans te stijgen (geef toe: ook nu, eindelijk…). Toen er nog geen kunstmatige koeling bestond, werd brouwen daardoor lastiger wegens infectiegevaar.
Dat betekende niet dat men ermee ophield – geenszins zelfs. Maar er zijn diverse voorbeelden van regelgeving die wel het brouwen van kwaliteitsbier in de warmere periodes aan banden legde.

In de 14e eeuw was er uit Duitsland een nieuwe biersoort overgewaaid naar Holland, hopbier. Delftse brouwers mochten dat zelf ook gaan brouwen, maar alleen tussen 1 oktober en 1 mei. En Groningse brouwers mochten vroeger alleen van 8 september tot 1 mei mout maken van gerst en tarwe.
Ook in de Noord-Duitse brouwstad Einbeck was zo’n regel van kracht. Het luxe Einbecker, een zomerbier uit 2/3 gerst en 1/3 tarwe, werd gebrouwen van eind september tot 1 mei. En dat verschijnsel leeft tot op de dag van vandaag voort in de biercultuur.
Einbecker bier was lange tijd zeer geliefd en werd naar allerlei steden vervoerd. Begin 17e eeuw is men het in een Münchener brouwhuis gaan namaken. Vervolgens is het daar enigszins aan het muteren gegaan. Een van de veranderingen die het onderging, was het drinkseizoen. Einbecker, later Ainbock geheten, werd in München een meibier. Het was er voorhanden vanaf 1 mei en zolang de voorraad strekte (meestal tot juni).

In Bier in Nederland (dat af en toe over de grenzen kijkt, om de oorsprong of ontwikkeling van een Nederlands bier te zoeken) kunt u lezen hoe deze Ainbock in München later ophield te bestaan. En hoe er begin 19e eeuw een andere, typisch Münchener biersoort voor in de plaats kwam: bock. Dat was een volkomen ander bier, maar het seizoenskarakter bleef wel bestaan.

(sueddeutsche.de)
Tegenwoordig hangt daar ook een feestelijk lanceringsmoment aan: de Maibockanstich. Die vindt jaarlijks plaats op een van de allerlaatste dagen van april. (Een terugblik op die van dit jaar, 27 april, met beelden: http://www.br.de/maibockanstich.) Het is een hoogtepunt op de jaarkalender van München, compleet met een satiricus die de politiek op de hak neemt. En daarna geeft de stad zich over aan de Maibock.


Nederlandse bock
Bock belandde in 1843 ook in ons land, en later gingen Nederlandse brouwerijen het zelf maken. Amstel was in 1872 de eerste. Daarna volgden steeds meer brouwerijen.
Zij kenden de Beierse mei-traditie niet. Bock werd hier ook een seizoensproduct, maar dan voor de winter. Bij de ene brouwerij was het in december voorhanden, bij de andere in januari of februari. Pas veel later is bock een herfstbier geworden, zoals wij het nu kennen.
En toch zou bock ook hier gevolgen krijgen in de maand mei…

Bock was een seizoensartikel en ook een wat zwaardere biersoort; kortom, geen ‘doordrinkbier’ voor alledaags gebruik. Pilsener en het lichtere lagerbier, waar de Nederlandse brouwers een jaar of tien later mee begonnen, waren gemakkelijker drinkbaar. Die veroverden daarna de bierwereld.
Zeker na de Eerste Wereldoorlog boorden ze de laatste oorspronkelijke Nederlandse bieren nog verder de grond in. Ook münchener, dortmunder, stout en bock verloren toen steeds meer terrein. Het assortiment begon eenzijdig te worden. Daarom besloten de gezamenlijke brouwers eind jaren dertig het aanbod een nieuwe impuls te geven. Ze kwamen met een geheel nieuw bier.

Meibier
Op maandag 1 mei 1939 ging er een soort publiciteitscampagne van start. In diverse kranten was de linker van deze drie advertenties, zonder verdere woorden, te vinden. De volgende dag stond deze opnieuw in de dagbladen, maar was ‘donderdag’ vervangen door ‘overmorgen’. Kennelijk dacht men op deze manier een soort spanningsboog te creëren, want, jawel, de dag daarna had ‘overmorgen’ plaatsgemaakt voor ‘morgen’.
Pas op die dag, 4 mei, kwam er meer duidelijkheid over dit project. ‘De Bond van Nederlandsche Brouwerijen deelt mede, dat de vooraanstaande brouwerijen op 4 Mei a.s. zullen uitkomen met Mei-bier,’ aldus bijvoorbeeld Het Volksdagblad. Dit bier zou ook alleen in mei verkrijgbaar zijn.

En zo kreeg Nederland in 1939 alsnog een seizoensgebonden meibier. Geen meibock dus, zoals in Beieren. Alleen brouwerij De Drie Hoefijzers uit Breda noemde het nieuwe bier in zijn advertenties 'Mei-bok'. Toch werd er een zekere gelijkenis met de meibock aangevoerd. Volgens de BNB was dit meibier een product ‘dat in zijn volheid zal herinneren aan het Bokbier’.

Dat was wel het enige punt van overeenkomst: het was minder zoet waardoor het toch ‘meer zal doen denken aan het Pilsener’. Meibier had ‘een volle, pittige smaak’ en was ‘geheel aangepast […] aan deze voorjaarstijd’. De bierheren oordeelden namelijk dat ‘men in warmere omstandigheden, bijvoorbeeld in de Tropen, meer gesteld is op het geurige hopbittere van het bier’. Met deze smaakgegevens komen we in de buurt van hedendaagse lentebieren, de minder zoete tenminste, of van sterkere lagerbieren (genre Amstel Gold).

De publiciteitscampagne rond dit meibier maakte gebruik van een logo – twee korenhalmen rond een gestileerde M en B – dat diverse brouwerijen op hun etiketten gebruikten. Daarnaast leverde de BNB informatie die menigeen op het verkeerde been zette. Zo meldden de kranten dat het meibier volgens oude bereidingswijzen was gemaakt, aanknoopte bij een traditie, etc. Dat was allemaal quatsch. De productiewijze was uiteraard het tegendeel van ouderwets: het meibier was gewoon een modern ondergistend bier.

Traditioneel was het ook al niet. De aanduiding ‘meibier’ werd vroeger vooral in Limburg wel gebruikt voor wat elders hooi- of hooibouwbier heette: dun, licht (doorgaans bovengistend) bier dat veldarbeiders dronken tijdens hun zweterige werkzaamheden. Behalve de naam had het nieuwe meibier daar niets mee van doen. Het bevatte minimaal 6½ procent alcohol en in sommige gevallen 7 (De Kroon, Oirschot) of zelfs 7½ procent (Budelse, Lindeboom). Niet bepaald iets voor consumptie tijdens of voorafgaand aan lichamelijke inspanningen.
Bij de sportclub van, nota bene, Heineken zouden ze daar al snel over kunnen meepraten. 

Bal gemist
Vandaag precies 77 jaar geleden kwamen de Nederlandse brouwers met dit meibier. Sja, 77 jaar – het klinkt als een vrij willekeurig en nogal nietszeggend jubileum. En da’s wel passend. Erop terugkijkend is het meibier vooral een curiosum geweest.
Het nieuwe product zal zeker nieuwsgierigheid hebben gewekt. De Nederlandsche Brouwers Bond liet bovendien nog wat ronkende woorden op de bierdrinkers los, vol groen wordende bomen en zonovergoten terrassen. De weersverwachting voor dat eerste meibier-weekend was ook niet ongunstig: half bewolkt, weinig wind, een graad of 17 en vooral blijvend droog. Zo droog dat op 5 mei bij het Brabantse dorp Brouwhuis (!) de eerste heide- en bosbrand van het jaar uitbrak.

Het meibier werd dus uitgeprobeerd. Bij de sportclub van Heineken-personeel bleef dat niet zonder gevolgen. Het HBM Clubnieuws van mei 1939 schreef over een 4-0 nederlaag tegen de voetballende veteranen van Kennemerland, ‘tot schande van onze jonge kerels’. Zij hadden namelijk last gehad van ‘bepaalde Mei-omstandigheden, die elke critiek uitschakelden’. Pas in een terugblik in het Clubnieuws van maart 1940 kwam deze aap uit de mouw: de vriendschappelijke wedstrijd was verloren ‘mede door de uitvinding van het Mei-bier’.
De precieze toedracht werd nog veel later onthuld, in het personeelsblad Vers van ’t Vat van 1 mei (!) 1958. En zoals zo vaak met mooie verhalen gebeurt: die worden door de jaren heen steeds mooier. De vriendschappelijke wedstrijd uit 1939 was ineens ‘een belangrijke wedstrijd’ geworden; en de rol van het meibier werd op plastische wijze uit de doeken gedaan: ‘Wij verloren omdat onze anders zo rots- en trapvaste rechtsback Gimbel van de twee ballen, die hij zag, steeds degene probeerde te trappen, die er niet was.’
Waarlijk een bier met effect, dat meibier.

Meibo(c)k: uit en weer in
Ook in economisch opzicht leek het meibier in 1939 gevolgen te hebben. De Nederlandse bierindustrie was er in die periode slecht aan toe. Het bierverbruik bedroeg nog slechts 15,9 liter per persoon per jaar. En aanvankelijk meldde de pers dat het nieuwe bier de positie van de brouwerijen leek op te krikken. Doordat er in maart 1939 meer was gebrouwen dan in andere jaren, vloeiden er die maand ineens aanzienlijk meer accijnzen in ’s rijks schatkist.
Dat was mooi, 'doch dat de omzetten ook zouden zijn toegenomen valt niet aan te nemen', relativeerde de krant Het Vaderland. 'Integendeel is veeleer, onder den invloed van de tijdsomstandigheden, het tegendeel het geval.' Het volk dronk veel minder bier dan vroeger, en met het meibier veranderde dat niet. De brouwerijen hadden er weinig baat bij.
Het was hun bedoeling geweest om meibier voortaan elk jaar op de markt te brengen. Elk verder spoor ervan ontbreekt echter. Volgens een terugblik in het Heineken-personeelsblad werd het een sof en bleef het tot dat ene jaar beperkt.

Dat gold althans voor het landelijke initiatief van de NBB. De Gulpener Bierbrouwerij adverteerde in 1949 en de jaren daarna toch weer met meibier. Ook dat lijkt vervolgens een stille dood te zijn gestorven.
Tot 1983: toen herintroduceerde een andere Limburgse brouwerij het begrip. Dat was de nieuwe Arcener Bierbrouwerij, toen de eerste Nederlandse brouwerij van speciaalbier. Deze trendsetter bracht het nieuwe meibier wel onder de naam ‘Mei-bock’ op de markt.
In de daaropvolgende jaren volgden meer brouwerijen, waaronder in 1992 Grolsch als eerste ‘grote’. En tegenwoordig is het een vaste waarde in Nederland Bierland, compleet met een eigen festival in de Amsterdamse Posthoornkerk.
De naam en de biersoort meibock hebben eigenlijk niet standgehouden. We kunnen tegenwoordig beter spreken van ‘voorjaarsbier’. Onder de noemer meibo(c)k, lentebo(c)k of lentebier brengen talloze brouwerijen zo’n seizoensbier op de markt, in allerlei smaken en varianten. Met de maand mei heeft dat ook weinig meer van doen: de eerste staan eind maart, bij het officiële begin van de lente, al in de schappen.
Maar anders dan in 1939 is het 'project' nu wel gelukt. Met dank aan een veel gretiger publiek!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen