Bier in Nederland

Bier in Nederland

vrijdag 13 april 2018

Dossier Nederlandse abdijbieren (6: Brouwerijen in kloosterruimtes)


Dit dossier beschrijft de Nederlandse abdijbieren, hun context en hun herkomst en prikt enkele mythen door. Want hoe jong de Nederlandse abdijbieren ook mogen zijn – die mythen zijn er al, net als onder de Belgische. Benamingen, etiketten en  publiciteitsmiddelen geven aanleiding tot verwarring en zijn soms onjuist of zelfs misleidend. Andere abdijbieren verdienen juist respect, want er is kaf maar ook koren onder de Nederlandse abdijbieren. En hoe!

Deel 6: Brouwerijen in kloosterruimtes


Behalve de in deel 5 besproken vijf (semi-)abdijbieren zijn er nog drie Nederlandse bierlijnen of brouwerijen die ‘iets’ hebben met een abdij of klooster. Alleen is dat ‘iets’ in hun geval niet bepaald eenduidig. Ze noemen vooral zichzelf kloosterbier of kloosterbrouwerij, maar… Enfin, lees verder.

Toebes Bier is het initiatief van een hobbybrouwer, diens zoon, een slijter en twee restauranteigenaren uit het Brabantse Cuijk. Ze hebben als Brabantse Bier Coöperatie een brouwerij geïnstalleerd in de voormalige koeienstal van het klooster Sint Agatha in het gelijknamige dorp.
Dat klooster herbergt nog altijd enkele Kruisheren. Ze zijn eigenlijk met te weinig voor een vruchtbare toekomst van het klooster, en zijn er ook niet meer de eigenaren van. Dat is de Stichting Sint Aegten. Die is ook nadrukkelijk op zoek naar nieuwe bewoners, waarvoor deze zelf overigens geen kloosterling hoeven te worden. Belangrijk is dat ze ‘interesse in levensbeschouwing en cultuur’ hebben, in samenhang daarmee willen wonen en kunnen ‘participeren in een passend gebedsritme’. Zelfs een christelijk geloof aanhangen lijkt geen absolute must voor hen te zijn. Voorop staat duidelijk het voortbestaan van het klooster, met een hedendaagse spirituele en maatschappelijke invulling.
Daar kunnen wellicht ook anderen aan bijdragen, zoals de brouwers van Toebes. Zij tonen zich begaan met
het behoud van het cultureel kruisherenerfgoed’ en willen ‘meer bekendheid’ voor het klooster genereren. Ambachten als bierbrouwen kunnen daar natuurlijk bij helpen. Ze hebben het verder over samenwerking met het klooster en de stichting op dit vlak, maar hoe die precies vorm moet krijgen is minder duidelijk.
Opmerkelijk in dat verband is dat op de website van het klooster nergens sprake is van de bierbrouwerij. In een korte reportage voor Biertje van Hier komt wel een der kloosterlingen erover aan het woord: ‘Hij staat helemaal achter de bierbrouwers. De ambachtsman - hij is boekbinder op traditionele wijze - is blij met een beetje reuring in Sint Agatha. “Ik lust ook wel af en toe een speciaalbiertje. Liefst een eigen biertje uit Sint Agatha”, erkent hij. Verdere inhoudelijke relatie met de bierbrouwers spreekt nergens uit.

Het lijkt er tot nu toe vooral op dat de brouwers een ruimte in het klooster huren of gebruiken. Dat maakt van hun bieren (een blond, tarwebier, saison en tripel) natuurlijk nog geen kloosterbieren, ook al noemen ze zichzelf op hun website en Facebookpagina ‘Kloosterbrouwerij Toebes’. Maar veel meer dan een variant op het begrip 'fortbrouwerij', gemunt door Duits & Lauret, is dit niet: de brouwerij zit in een klooster (of een fort), and that's it. Elke brouwerij zit nu eenmaal ergens in - andere bijvoorbeeld in een (voormalige) kerk of gevangeniscomplex, maar van 'kerkbrouwerij' of 'gevangenisbrouwerij' is daar geen sprake. Geen wonder: 'kloosterbrouwerij' klinkt interessant en roept iets op van de 'magie' die aan weelderige, donkere door monniken gebrouwen bieren kleeft.
De Brabanders voeren dan ook aan dat 'in Nederland slechts 3 brouwerijen in een klooster zijn gevestigd', waardoor juist zij 'iets toe te voegen hebben aan het aanbod van bieren in Nederland'. Wat dat dan is, blijft evenwel vaag - want waarom zou een in een klooster gebrouwen bier anders zijn dan een buiten een klooster gebrouwen bier? Uit een klooster kunnen wanstaltige bieren komen en onder de allerbeste bieren ter wereld zijn er die allerminst in een klooster zijn gebrouwen.
Ten slotte: zou het begrip 'kloosterbrouwerij' niet moeten worden gereserveerd voor een brouwerij die VAN het klooster is?

Axes-Castellum, dat bier brouwt in de kelder van het Dominicanenklooster te Zwolle, is enigszins met Toebes te vergelijken. De brouwerij komt voort uit een lokale mannengroep, de Assendörper Geurneuzen. Deze naam wekt in eerste instantie de indruk van een goeie grap, maar het initiatief heeft zich wel degelijk serieus ontwikkeld.
De Geurneuzen zijn ontstaan als een ‘bierproefclub’. Op zeker moment is daar de Stichting Brouwgilde der Geurneuzen uit voortgekomen, die daadwerkelijk een eigen brouwerij wilde oprichten. Begin 2017 is de organisatie gestart met de inrichting van deze brouwerij, een proeflokaal en een 'lounge' – en dat alles in de kelders van het Dominicanenklooster.
Loungen in een klooster het doet vermoeden dat de spirituele band tussen brouwers en behuizing niet al te substantieel is. Wat dan wel hun relatie is? Toen de Geurneuzen hun idee van een eigen brouwerij wilden gaan vormgeven, hebben ze ‘mensen van het Dominicanenklooster benaderd’, aldus een artikel in De Stentor. Hoe of wat blijft onduidelijk, maar ze werden ‘met open armen ontvangen’. Stond de kelder toch maar leeg? En huurt men die sindsdien van het klooster?
De prior van het klooster heeft het eerste bier later wel ingezegend. Of er andersom ook enige bijdrage van het Brouwgilde naar het klooster gaat, zoals het een echt abdijbier betaamt, blijft in het vage. Op de website van het klooster geldt Axes-Castellum als een van de 'lokale makers' die 'zich bezighouden met duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen' en daarom in juni 2017 een plaats kregen op een Groene Markt in de kloostertuin. ‘Axes – Castellum brouwt puur kloosterbier in de kelders van het Dominicanenklooster,’ vertelt de site nog. Je zou toch zeggen: over zoiets is door dat klooster nog wel wat meer te vertellen. Maar we moeten het doen met de interessante opmerking dat er in de kloostertuin ook een kruidentuin in aanleg is waarvan de producten in het brouwproces zullen worden gebruikt. Verder krijgen we alleen een link naar de website van de brouwerij geserveerd.
De Geurneuzen lopen overigens niet weg voor sociale verantwoordelijkheid en goede doelen. Ze vormen een soort van laagdrempelige Rotaryclub, verbonden door een gezamenlijke passie voor bier. Maar om hun producten (een tripel, een weizenbier en een bock) nu alvast maar ‘kloosterbier’ te noemen?

Een bizarre voetnoot in dit geheel is de Katholieke Studenten Brouwerij De Bolle Paep uit Delft. Het gaat om een brouwgezelschap dat een van de vele activiteiten is binnen de studentenvereniging Sanctus Virgilius ('Virgiel'). Sinds 2013 brouwt deze club ‘Traditioneel Kloosterbier’. De studenten brouwen dat ten behoeve van de instandhouding van het Sint Barbaraklooster.
Klinkt nobel, maar wat is het geval? Dat Sint Barbaraklooster herbergt tegenwoordig de sociëteit van Virgiel... De dames en heren brouwen dus vooral ten eigen bate. Sja, zo ver is het al gekomen met het begrip kloosterbier. Bieren brouwen voor fondsenwerving is aantrekkelijk, en studentenbier spreekt dan natuurlijk veel minder aan. Maar het blijven toch echt een blond, saison, witbier, stout en American amber die met echt kloosterbier niets uitstaan hebben.

Klik terug naar:


Startpagina
1. Trappistenbier, abdijbier en kloosterbier
2: Belgische abdijbieren
3: Abdijbieren in Nederland vroeger
4: Abdijbieren van verdwenen Nederlandse abdijen
5: Bieren van 'levende' Nederlandse abdijen
7: Tussen feit en fake

Geen opmerkingen:

Een reactie posten